PoliticsWar

Vrij van angst van landmijnen

Staten worden opgeroepen technische bijstand te leveren aan landen die getroffen zijn door landmijnen. Maar de steun moet zich richten op mensen en ontwikkeling, niet enkel op technische gemakkelijkheidsoplossingen.

EEN zonnige lentedag in april, in de vroegere grensstreek tussen Noord- en Zuid-Jemen. Drie meisjes van 11 hoeden schapen in een idyllisch berglandschap. Plotseling struikelt een van hen, haar voet zit vast in een gat in de grond. Nog geen vijf seconden later, een enorme knal. Ze heeft in het gat een landmijn geraakt, verstopt in een wit gemarkeerde en dus – zo dachten de meisjes – veilige zone. Ze had geluk, enkele uren later was ze in het ziekenhuis, levend en wel, al mist ze nu een been en enkele vingers.

In de aanloop naar de VN-top van vorige week werd de staten gevraagd om actie te ondernemen tegen de proliferatie van massavernietigingswapens, maar ook om de strijd aan te gaan tegen wapenhandel en landmijnen. Een akkoord over nucleaire en andere massavernietigingswapens werd niet bereikt, maar de standaardzin om toe te treden tot het Verdrag voor een Verbod op Landmijnen haalde nog net de eindtekst. Staten worden opgeroepen technische bijstand te leveren aan landen die getroffen zijn door landmijnen.

Deze paragraaf schiet schromelijk tekort. De steun moet zich richten op mensen en ontwikkeling, niet enkel op technische gemakkelijkheidsoplossingen. Daarnaast moet de internationale gemeenschap haar uiterste best doen om te vermijden dat andere wapens, zoals clusterbommen, gelijkaardige menselijke, economische en ecologische schade aanrichten.

See also  Adieu to Belgium's genocide law

Landmijnen en niet-ontplofte oorlogsrestanten zijn te vinden in 91 landen en regio's, maar er zijn slachtoffers in zo'n 120 landen. De overgrote meerderheid van de slachtoffers zijn burgers. Een kwart van hen zijn kinderen, zeventig procent is in de productiefste periode van zijn leven (15-59). De economische impact voor het slachtoffer, zijn familie en omgeving is enorm, want mensen met een zijn de armste onder de armen. Daardoor hebben ze geen toegang tot gezondheidszorg.

In de aanloop naar de VN-top van vorige week werd de staten gevraagd om actie te ondernemen tegen de proliferatie van massavernietigingswapens, maar ook om de strijd aan te gaan tegen wapenhandel en landmijnen. Een akkoord over nucleaire en andere massavernietigingswapens werd niet bereikt, maar de standaardzin om toe te treden tot het Verdrag voor een Verbod op Landmijnen haalde nog net de eindtekst. Staten worden opgeroepen technische bijstand te leveren aan landen die getroffen zijn door landmijnen.

Deze paragraaf schiet schromelijk tekort. De steun moet zich richten op mensen en ontwikkeling, niet enkel op technische gemakkelijkheidsoplossingen. Daarnaast moet de internationale gemeenschap haar uiterste best doen om te vermijden dat andere wapens, zoals clusterbommen, gelijkaardige menselijke, economische en ecologische schade aanrichten.

Landmijnen en niet-ontplofte oorlogsrestanten zijn te vinden in 91 landen en regio's, maar er zijn slachtoffers in zo'n 120 landen. De overgrote meerderheid van de slachtoffers zijn burgers. Een kwart van hen zijn kinderen, zeventig procent is in de productiefste periode van zijn leven (15-59). De economische impact voor het slachtoffer, zijn familie en omgeving is enorm, want mensen met een handicap zijn de armste onder de armen. Daardoor hebben ze geen toegang tot gezondheidszorg.

See also  Remembering the other right of return

_______

This article appeared in the 21 September 2005 edition of Belgian daily De Standaard

Author

  • Katleen Maes

    Katleen Maes is the victim assistance coordinator for the Nobel peace prize-winning Handicap International in Brussels. She works on the International Campaign to Ban Landmines and is part of the Cluster Munition Coalition. She was the final editor and lead researcher on Fatal Footprint, which measures the human impact of cluster munitions. She is also a resolution and sustainable peace expert specialising in the Middle East. In addition, she writes for various publications.

For more insights

Sign up to receive the latest from The Chronikler

We don't spam!

For more insights

Sign up to receive the latest from The Chronikler

We don't spam!

Katleen Maes

Katleen Maes is the victim assistance coordinator for the Nobel peace prize-winning Handicap International in Brussels. She works on the International Campaign to Ban Landmines and is part of the Cluster Munition Coalition. She was the final editor and lead researcher on Fatal Footprint, which measures the human impact of cluster munitions. She is also a conflict resolution and sustainable peace expert specialising in the Middle East. In addition, she writes for various publications.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

error

Enjoyed your visit? Please spread the word